Vaccinaties

Kittens moeten 2x gevaccineerd worden met 3-4 weken ertussen. De eerste vaccinatie dient tussen 8 en 12 weken oud gegeven te worden. Rasfokkers houden de kittens tot minimaal 12 weken. De kat heeft dan al minstens één enting gehad. Veel huiskatten zijn te jong bij de moeder weggehaald en hebben dan nog geen vaccinatie ontvangen. Als de moederpoes niet, of onvoldoende gevaccineerd is, is het verstandig het kitten zo vroeg mogelijk, maar niet voor 8 weken oud, te vaccineren.

  • 8-9 weken leeftijd: niesziekte enting
  • 11-12 weken leeftijd: katten- en niesziekte enting

Volwassen katten worden jaarlijks gevaccineerd tegen niesziekte. Niesziekte wordt veroorzaakt door meerdere virussen en bacteriën. Met de vaccinatie beschermen we de kat zo goed mogelijk tegen deze ziekte. Een deel van de katten is echter chronisch besmet met niesziekte. Net als bij een koortslip bij mensen dragen deze patiënten het virus bij zich.

Onder invloed van stress en verminderde weerstand wordt het virus weer actief. Chronische niesziekte katten hebben regelmatig last van opflikkerende infecties en zijn dan steeds ziek. Om dit te voorkomen is het belangrijk katten in te enten tegen niesziekte en zo de problemen voor te blijven. De kattenziektevaccinatie is niet elke jaar nodig. Voor reizen naar het buitenland heeft een kat ook een vaccinatie tegen hondsdolheid (rabiës) nodig.